Zeggenschap? Waarover (hebben we het) eigenlijk?

donderdag 19 mei 2016 15:37
Door Jan Atze Nicolai en Brigitta Scheepsma

Op dit moment is er een zogenaamde partijbrede discussie binnen GroenLinks gaande over ‘zeggenschap’. Zeggenschap is geen vaststaand gegeven, iets dat je ontspannen kunt verdelen onder allerlei openbare bestuurslagen en burgers. Zeggenschap -het recht om iets te beslissen- is een verworvenheid die voortdurend aan verandering onderhevig is, en onder druk staat.

Wanneer GroenLinks strijdt voor  ‘zeggenschap’ zullen we er eerst voor moeten zorgen dat de democratie weer ergens over gaat. En dat mensen zich ook weer echt door de politiek vertegenwoordigd voelen.

Het publieke domein is de afgelopen 30 jaar gedecimeerd. Door allerlei publieke taken af te stoten of te professionaliseren verdwijnt de politiek, en daarmee de democratie, naar de rand van de samenleving. Nederland is een geprivatiseerd én gecentraliseerd land geworden, waardoor de (lokale) politiek weinig meer te zeggen heeft.

Hoe kan een burger zeggenschap krijgen over de eigen omgeving, wanneer de lokale politiek geen beslissende invloed heeft op woningbouw? Of niets meer te zeggen heeft over de locatie van een elektriciteitshuisje? Wethouders moeten onderhand -ondanks de decentralisaties- meer luisteren naar Den Haag dan naar hun eigen gemeenteraad!      

Wanneer wij als GroenLinks iets willen toevoegen en Nederland echt willen veranderen, moeten we ervoor pleiten dat er zeggenschap komt voor mensen die beleid ondergaan. En we moeten ervoor zorgen dat het publieke domein van waarden (waar zeggenschap onder valt!) weer hersteld wordt. Mét een morele grondhouding die noodzakelijk is voor een beschaafd land. Dan gaan we voorstellen doen die écht wat voorstellen!

Bijvoorbeeld door wetgeving, die een cliëntenraad van een zorginstelling hoofd maakt van de organisatie. Net zoals een gemeenteraad het hoofd is van de gemeente. Of dat een platvorm van buurtbewoners zelf  beslist over de inpasbaarheid van een schoolgebouw.

Professionalisering van politiek kan verworden tot de vijand van de democratie, en daarom heeft de (volks)vertegenwoordiger het laatste woord.    

De hoop en richtinggevende bedoeling van democratie is dat een ‘gewone’ groep mensen samen verstandige en juiste beslissingen nemen, in het algemeen belang. Dat is de grote verworvenheid, én het wonder, én de essentie van democratie.

De rest is techniek en uitwerking. G1000, loting, juryuitspraken, straatplatforms, (buurt)referenda? Laat GroenLinks de moed hebben om te geloven in echte gelijkwaardigheid. Iedere stem is even veel waard. Toch?